Bodemafvoer in de vijver: werking, plaatsing, doorstroming en aansluiting
Door Stan Fournier
Een bodemafvoer is een van de meest doeltreffende manieren om bezinkbaar vuil uit een vijver te verwijderen. Visuitwerpselen, voerresten en ander organisch materiaal zakken naar de bodem en kunnen daar na verloop van tijd slib vormen. Met een goed geplaatste bodemafvoer wordt een belangrijk deel van dit vuil samen met het vijverwater naar de filterinstallatie afgevoerd.
Een bodemafvoer wordt vaak geassocieerd met koivijvers, maar kan in vrijwel elk type vijver worden toegepast. Ook bij siervijvers en zwemvijvers helpt een bodemafvoer om bezinkbaar vuil te verwijderen en de vijverbodem schoner te houden.
Vooral bij koivijvers is een goede vuilafvoer belangrijk. Koi produceren door hun voeding en stofwisseling voortdurend afvalstoffen. Wanneer die zich op de vijverbodem ophopen, worden ze verder afgebroken en verhogen ze de organische belasting van het water.
Bij Koifarm Fournier adviseren we daarom om al tijdens het ontwerpen van een nieuwe vijver na te denken over de bodemafvoer en de volledige filterinstallatie. Ook voor bestaande vijvers zijn er mogelijkheden, bijvoorbeeld met een omgekeerde bodemafvoer.
In deze blog bespreken we de verschillende soorten bodemafvoeren, hun werking en plaatsing, de benodigde doorstroming en de aansluiting op verschillende filtersystemen.
Wat is een bodemafvoer en hoe werkt die?
Een bodemafvoer, ook wel bodemdrain genoemd, is een afvoerpunt op de bodem van de vijver. Via een aangesloten leiding wordt vijverwater samen met bezinkbaar vuil naar een pompput of filterinstallatie gevoerd.
Een klassieke bodemafvoer bestaat uit een afvoerhuis met daarboven een kap. Tussen de kap en de vijverbodem bevindt zich een opening waarlangs het water naar binnen stroomt. De kap zorgt ervoor dat de aanzuiging zich voornamelijk langs de bodem concentreert en beperkt tegelijk de kans dat vissen rechtstreeks in de afvoer terechtkomen.
Door de waterstroming worden kleine vuildeeltjes, visuitwerpselen en ander bezinkbaar materiaal richting de afvoer meegenomen.
Een bodemafvoer werkt niet als een stofzuiger die automatisch de volledige vijverbodem schoonzuigt. Het effectieve bereik hangt sterk af van de stroming in de vijver. Daarom moeten de plaatsing van de bodemafvoer, de retourleidingen en de watercirculatie goed op elkaar worden afgestemd.
Waarom een bodemafvoer in de vijver plaatsen?
Het belangrijkste voordeel van een bodemafvoer is dat bezinkbaar vuil efficiënt naar de filterinstallatie kan worden afgevoerd.
Zonder een geschikte bodemafzuiging kunnen visuitwerpselen, bladeren, voerresten en afgestorven plantenmateriaal zich op de bodem verzamelen. Bij langdurige ophoping kan een sliblaag ontstaan die de waterkwaliteit nadelig beïnvloedt.
Door vuil voortdurend af te voeren, krijgt het minder gelegenheid om zich op te hopen en verder af te breken. Wanneer het vervolgens in een mechanische filter wordt afgescheiden en verwijderd, vermindert de hoeveelheid organisch materiaal die in het vijversysteem achterblijft.
Dat helpt om de vijverbodem schoner te houden, beperkt het handmatige onderhoud en ondersteunt de algemene waterkwaliteit.
Bij zwemvijvers speelt daarnaast ook het gebruikscomfort een rol. Een bodem waarop minder vuil en bezinksel achterblijft, is aangenamer om in te zwemmen en gemakkelijker te onderhouden. Met een aangepaste uitvoering kan de afvoer bovendien discreet in de bodem worden geïntegreerd.
Een bodemafvoer is niet de enige manier om een vijver schoon te houden, maar het is bij veel vijvertypes een bijzonder doeltreffende oplossing.
Bij een nieuwe vijver kan de afvoer meteen in de bodemconstructie worden verwerkt. Achteraf een klassieke bodemafvoer installeren is meestal veel ingrijpender. Daarom raden we aan om deze keuze al tijdens de vijveraanleg te bekijken.
Welke soorten bodemafvoeren bestaan er?
Er bestaan verschillende uitvoeringen van bodemafvoeren. De keuze hangt onder andere af van de vijverconstructie, het gebruik van de vijver en de manier waarop het water naar de filterinstallatie wordt gevoerd.
Klassieke ingebouwde bodemafvoer
Een klassieke bodemafvoer wordt tijdens de vijveraanleg in de bodem geïntegreerd en via een ondergrondse leiding aangesloten op de filterinstallatie.
Deze oplossing is vooral interessant bij nieuwe vijvers en grondige renovaties. De leidingen worden netjes weggewerkt en de afvoer kan op een geschikte plaats worden ingebouwd.
Bij folievijvers wordt een uitvoering met een geschikte flens en afdichting gebruikt. Bij beton- en polyesterconstructies moet de montage worden afgestemd op de gebruikte materialen.
Bodemafvoer met inzetrooster voor zwemvijvers
Ook in zwemvijvers kan een bodemafvoer worden voorzien. Hier wordt vaak gekozen voor een uitvoering met een vlak inzetrooster in plaats van een uitstekende afvoerkap.
Het rooster wordt discreet en gelijk met de omliggende vijverbodem verwerkt. Daardoor ontstaat een strakke afwerking zonder een hinderlijk uitstekend onderdeel. Dat is vooral interessant in zwemzones, waar je uitstekende onderdelen zoveel mogelijk wilt vermijden.
Bij Koifarm Fournier hebben we hiervoor verschillende inzetroosters in ons assortiment. Je kunt kiezen uit kunststof roosters met verschillende maasgroottes of een uitvoering met een inox rooster.
De maasgrootte, het materiaal en de uitvoering worden gekozen in functie van de gewenste afwerking, het soort vuil en de benodigde doorstroming.
Bij zwemvijvers is ook de aanzuigveiligheid bijzonder belangrijk. Een vlak rooster voorkomt uitstekende onderdelen, maar maakt een afvoer niet automatisch veilig voor zwemmers. Het rooster, de aanzuigopeningen en de volledige installatie moeten geschikt zijn voor het debiet en zo ontworpen worden dat gevaarlijke aanzuigkrachten worden vermeden.
Omgekeerde bodemafvoer
Een omgekeerde bodemafvoer, ook wel retro-bodemdrain genoemd, wordt op de bestaande vijverbodem geplaatst.
De afvoer wordt aangesloten op een leiding die bijvoorbeeld via de vijverwand of over de vijverrand naar de pomp of filterinstallatie loopt. Daardoor hoeft de vijverbodem niet te worden opengebroken.
Dit maakt een omgekeerde bodemafvoer bijzonder interessant voor bestaande vijvers waarin oorspronkelijk geen bodemafvoer werd voorzien.
De werking is vergelijkbaar met die van een klassieke bodemafvoer. Wel moet rekening worden gehouden met een stabiele plaatsing, de leidingloop en voldoende doorstroming. Bij een leiding over de vijverrand moet ook worden voorkomen dat lucht in de aanzuigleiding achterblijft of de waterkolom wordt onderbroken.
Bij Koifarm Fournier bieden we zowel klassieke als omgekeerde bodemafvoeren aan.
Beluchte bodemafvoer
Een beluchte bodemafvoer combineert een bodemdrain met een luchtverdeler, meestal in of boven de afvoerkap.
Via een afzonderlijke luchtleiding wordt lucht aangevoerd. De opstijgende luchtbellen ondersteunen de zuurstofvoorziening en veroorzaken een waterstroming die de circulatie in de vijver kan beïnvloeden.
Afhankelijk van de vijvervorm, waterdiepte en plaatsing kan die stroming helpen om vuil richting de bodemafvoer te verplaatsen.
Een beluchte bodemafvoer is daardoor een interessante mogelijkheid om vuilafvoer en extra beluchting te combineren.
Waar plaats je een bodemafvoer en hoeveel heb je er nodig?
Een bodemafvoer wordt vaak op het diepste punt van de vijver geplaatst. Een bodem die licht naar de afvoer afloopt, kan helpen om bezinkbaar vuil daar te verzamelen.
Toch is ook de watercirculatie belangrijk. De retourleidingen van de filterinstallatie moeten zo worden geplaatst dat het water door de vijver beweegt en vuil niet in zones met weinig stroming blijft liggen.
Bij grotere, langwerpige of onregelmatig gevormde vijvers kunnen meerdere bodemafvoeren interessant zijn.
Hoeveel bodemafvoeren per vierkante meter?
Als algemene richtlijn rekenen we bij Koifarm Fournier op ongeveer één bodemafvoer per 20 m² vijverbodem.
Bij een vijver met een bodemoppervlakte van 40 m² kom je zo bijvoorbeeld uit op twee bodemafvoeren.
Dit is een praktische vuistregel. De uiteindelijke keuze hangt ook af van de vijvervorm, de bodemhelling en de watercirculatie.
Daarnaast houden we rekening met de beschikbare doorstroming. Als tweede richtlijn rekenen we op ongeveer 10.000 liter per uur per bodemafvoer.
Bij twee bodemafvoeren betekent dit een gewenst werkelijk debiet van ongeveer 20.000 liter per uur door beide leidingen samen. Wanneer er ook een skimmer op dezelfde installatie is aangesloten, moet de waterverdeling daarop worden afgestemd.
Het aantal bodemafvoeren en de capaciteit van de filterinstallatie worden daarom het best samen bepaald.
Bij zwemvijvers moet bovendien rekening worden gehouden met de aanzuigveiligheid. De richtwaarde voor het debiet mag daar niet zomaar worden toegepast zonder de geschiktheid van de afvoeropeningen, roosters en volledige installatie te beoordelen.
Welke diameter en doorstroming heeft een bodemafvoer nodig?
De diameter van de bodemafvoer en de aangesloten leiding heeft een grote invloed op de doorstroming.
Bij gravitaire vijverinstallaties wordt vaak gewerkt met leidingen van 110 mm. Deze diameter maakt het mogelijk om een aanzienlijk debiet met relatief beperkte stromingsweerstand te transporteren.
Een grotere leiding is echter niet automatisch beter. Bij hetzelfde debiet stroomt het water in een grotere leiding langzamer, terwijl een kleinere leiding doorgaans meer weerstand veroorzaakt.
Het is dus belangrijk om de leidingdiameter af te stemmen op het gewenste debiet.
Hoeveel water moet er door een bodemafvoer van 110 mm stromen?
Bij een bodemafvoer met een leiding van 110 mm wordt in de vijverpraktijk vaak gerekend met een doorstroming van ongeveer 10.000 liter per uur per bodemafvoer.
Dit is een algemene richtwaarde en geen vast minimum waarbij gegarandeerd wordt dat er geen vuil in de leiding achterblijft.
Bij een hogere doorstroming neemt de stroomsnelheid toe, waardoor bezinkbaar vuil gemakkelijker wordt meegevoerd. Hoeveel doorstroming nodig is, hangt onder andere af van de leidinglengte, het aantal bochten, eventuele verzakkingen en de aard van het vuil.
Wanneer meerdere bodemafvoeren of andere aanvoerleidingen op dezelfde filterinstallatie zijn aangesloten, kan het nuttig zijn om de doorstroming af en toe tijdelijk anders te verdelen. Door bepaalde leidingen gedeeltelijk of volledig af te sluiten, kan er meer water door een andere bodemafvoer stromen. Dit kan helpen om opgehoopt vuil uit die leiding mee te voeren.
Daarom is het interessant om iedere bodemafvoer van een afzonderlijke schuifkraan te voorzien. Het tijdelijk aanpassen van de doorstroming moet uiteraard binnen de mogelijkheden van de pomp en filterinstallatie gebeuren.
Let op het werkelijke debiet
Een belangrijk aandachtspunt is dat het totale pompdebiet vaak over meerdere bodemafvoeren en skimmers wordt verdeeld.
Een installatie die bijvoorbeeld 20.000 liter per uur verwerkt via twee bodemafvoeren en een skimmer, zal niet noodzakelijk 10.000 liter per uur door iedere bodemafvoer laten stromen.
De werkelijke verdeling hangt af van de weerstand van de leidingen en de afstelling van de installatie.
Daarom is het interessant om afzonderlijke bodemafvoerleidingen van bereikbare afsluiters te voorzien. Zo kun je de waterverdeling regelen en, wanneer de installatie daarvoor geschikt is, een leiding tijdelijk met een hoger debiet spoelen.
Hou ook rekening met het verschil tussen de opgegeven pompcapaciteit en het werkelijke debiet. Door leidingweerstand, filters en eventuele opvoerhoogte kan een pomp in de praktijk minder water verplaatsen dan de nominale capaciteit doet vermoeden.
Hoe sluit je een bodemafvoer aan op de filterinstallatie?
Een bodemafvoer kan in verschillende filteropstellingen worden gebruikt. Het belangrijkste verschil is hoe het water naar de filter wordt aangevoerd en waar de pomp zich bevindt.
Volledig gravitaire filterinstallatie
Bij een volledig gravitaire installatie stroomt het vijverwater via de bodemafvoer naar een filterinstallatie die hydraulisch met de vijver verbonden is.
Wanneer de pomp stilstaat, staat het water in de gravitaire filtergedeelten ongeveer even hoog als in de vijver. Zodra de pomp water terug naar de vijver pompt, ontstaat een klein niveauverschil waardoor nieuw vijverwater naar de filter stroomt.
Waterverloop:
Vijver → bodemafvoer → mechanische filter → biologische filter → pomp → vijver.
Een groot voordeel is dat vaste vuildeeltjes al vóór de pomp kunnen worden verwijderd. Daardoor worden ze niet eerst door de pomp verkleind.
Deze opstelling wordt onder andere gebruikt met geschikte trommelfilters, meerkamerfilters en biologische filters zoals bewegendbedfilters.
Bij een goed ontworpen installatie met beperkte opvoerhoogte en leidingweerstand kan dit bovendien een energiezuinige oplossing zijn.
Semi-gravitaire filterinstallatie
Bij een semi-gravitaire installatie stroomt het vijverwater eerst gravitair naar een mechanische voorfilter. Daarna pompt een pomp het water door de verdere filtering of terug naar de vijver.
Waterverloop:
Vijver → bodemafvoer → gravity-voorfilter → pomp → verdere filtering → vijver.
Deze opstelling is interessant wanneer je vuil vóór de pomp wilt verwijderen, maar de rest van de installatie niet volledig gravitair kunt of wilt opbouwen.
Een voorbeeld is een gravity-voorfilter in combinatie met een beadfilter of tricklefilter. Beide worden doorgaans met een pomp gevoed.
Zo combineer je een gravitaire vuilaanvoer met meer vrijheid in de plaatsing van de verdere filterinstallatie.
Bodemafvoer met pompput
Bij een opstelling met pompput stroomt het water via de bodemafvoer gravitair naar een aparte put of kamer. Daar bevindt zich de pomp die het water verder naar de filterinstallatie transporteert.
Waterverloop:
Vijver → bodemafvoer → pompput → pomp → filterinstallatie → vijver.
Een pompput kan interessant zijn wanneer de filterinstallatie hoger staat dan het vijverwater of wanneer een volledig gravitaire opstelling praktisch moeilijk is.
De pompput moet voldoende water kunnen aanvoeren en gemakkelijk bereikbaar zijn voor onderhoud. Ook moet worden voorkomen dat vuil zich langdurig in de put ophoopt.
Bij een eenvoudige pompput passeert het vuil doorgaans eerst de pomp voordat het mechanisch wordt gefilterd. Een pompput is dus niet automatisch een mechanische voorfilter.
Welke filters kun je combineren met een bodemafvoer?
Een bodemafvoer is niet gebonden aan één bepaald filtertype.
Een trommelfilter of geschikte zeef kan het aangevoerde vuil mechanisch afscheiden. Bij een meerkamerfilter gebeurt de vuilafscheiding doorgaans in de eerste filterkamer.
Biologische filters, zoals bewegendbedfilters en tricklefilters, verwerken vooral opgeloste afvalstoffen. Daarom wordt bij voorkeur eerst het vaste vuil mechanisch verwijderd.
Een beadfilter wordt doorgaans pompgevoed aangesloten. Met een gravitaire voorfilter kan het water eerst mechanisch worden gereinigd voordat het door de pomp en beadfilter stroomt.
Welke combinatie het meest geschikt is, hangt af van de beschikbare ruimte, de gewenste filtercapaciteit en de opbouw van de installatie.
Bodemafvoer en skimmer combineren
Een bodemafvoer en een skimmer vullen elkaar goed aan. De bodemafvoer verwijdert vooral bezinkbaar vuil van de vijverbodem, terwijl een skimmer drijvend vuil, zoals bladeren en ander materiaal aan het wateroppervlak, afvoert.
Voor het oppervlaktewater kan een gravityskimmer of inbouwskimmer met een aansluiting van 110 mm worden gebruikt. Deze werkt volgens hetzelfde gravitaire principe als een bodemafvoer: het water stroomt via een leiding van 110 mm naar de filterinstallatie, maar wordt aan het wateroppervlak aangezogen in plaats van op de vijverbodem.
Bij voorkeur krijgt iedere bodemafvoer en skimmer een afzonderlijke leiding met een eigen afsluiter. Zo kan de doorstroming per aansluiting worden geregeld.
Wanneer meerdere bodemafvoeren en skimmers op dezelfde filterinstallatie zijn aangesloten, wordt het totale debiet over deze leidingen verdeeld. Door de afsluiters tijdelijk anders af te stellen, kan indien nodig meer water via een bepaalde bodemafvoer of skimmer worden aangevoerd.
Zo kunnen zowel de vijverbodem als het wateroppervlak efficiënt worden afgevoerd, met een waterverdeling die afgestemd is op de volledige filterinstallatie.
Waarop moet je letten bij de aanleg en het onderhoud?
Een ingebouwde bodemafvoer moet stabiel worden geplaatst en waterdicht worden aangesloten.
Bij een folievijver vraagt vooral de aansluiting tussen de folie en de flens aandacht. Bij een betonnen of polyester vijver moet de montage worden afgestemd op de constructie.
Ook het leidingwerk verdient aandacht. Lange leidingtrajecten, onnodige bochten en verzakkingen kunnen de doorstroming beïnvloeden en vuilophoping bevorderen.
We raden daarom aan om leidingen goed te ondersteunen, afsluiters bereikbaar te plaatsen en de verbindingen op lekkages te controleren voordat de vijverbodem definitief wordt afgewerkt.
Bij zwemvijvers verdient de plaatsing van het afvoerrooster extra aandacht. Het moet stevig bevestigd zijn, vlak worden afgewerkt en geschikt zijn voor gebruik in een zwemzone. Ook de aanzuigveiligheid moet bij het ontwerp worden gecontroleerd.
Hoe onderhoud je een bodemafvoer?
Een goed geplaatste bodemafvoer vraagt doorgaans weinig rechtstreeks onderhoud.
Wanneer er plots meer vuil op de vijverbodem blijft liggen, is het verstandig om de watercirculatie en doorstroming te controleren.
Bij bepaalde installaties kunnen afzonderlijke bodemafvoerleidingen tijdelijk met een hoger debiet worden doorgespoeld. Daarmee kan opgehoopt vuil worden losgemaakt en afgevoerd. De mogelijkheden hangen af van de aanwezige afsluiters en de opbouw van het systeem.
Bij een omgekeerde bodemafvoer is het daarnaast nuttig om regelmatig de positie van de afvoer en de aangesloten leiding te controleren.
Welke bodemafvoer past bij jouw vijver?
Een bodemafvoer kan bij vrijwel ieder type vijver een interessante oplossing zijn, van koivijver en siervijver tot zwemvijver.
Bij een nieuwe vijver raden we doorgaans aan om een ingebouwde bodemafvoer te overwegen. Het is een bijzonder doeltreffende manier om bezinkbaar vuil naar de filter af te voeren en slibophoping op de vijverbodem te beperken.
Bij bestaande vijvers kan een omgekeerde bodemafvoer een interessant alternatief zijn, zonder dat de volledige bodem moet worden opengebroken.
Voor zwemvijvers zijn er bovendien discrete inzetroosters in kunststof of inox, waarmee de afvoer vlak in de bodem kan worden verwerkt. De uitvoering moet daarbij altijd afgestemd zijn op een veilige wateraanzuiging.
Welke bodemafvoer, leidingdiameter en filteropstelling het meest geschikt zijn, hangt af van de vijvervorm, de beschikbare ruimte en de gewenste doorstroming.
Bij Koifarm Fournier zijn we sinds 1990 gespecialiseerd in vijvers, koi en vijvertechniek. We helpen je graag bij het kiezen van een bodemafvoer en een passende aansluiting op je filterinstallatie, rekening houdend met de mogelijkheden van jouw vijver.